Citaat

“Als je met een mens praat in een taal die hij verstaat, gaat het in zijn hoofd. Als je met hem praat in zijn eigen taal, gaat het in zijn hart” – NELSON MANDELA

Zo help je anderstalige collega’s groeien in taal

Anderstalige collega’s in je team? Zo maak je communicatie makkelijker — én prettiger voor iedereen!

Steeds meer organisaties werken met collega’s die Nederlands nog aan het leren zijn. Dat is mooi: het brengt nieuwe ideeën, nieuwe energie en vaak ook nieuwe humor. Maar het vraagt soms ook iets van ons als Nederlandstalige collega’s.
Want ja, wij praten snel. En ja, we mompelen. En ja, we verwachten soms dat iedereen onze halve zinnen begrijpt.
Gelukkig kun je met kleine, eenvoudige aanpassingen al veel betekenen.

Rustig en duidelijk spreken

Niet “mogguhallesgoed?”, maar gewoon: “Goedemorgen, alles goed?”
Je collega hoort elk woord en voelt zich meteen zekerder.

Korte, heldere zinnen gebruiken

Hoe minder bijzinnen, hoe minder puzzelwerk.
Duidelijke taal geeft rust en overzicht.

Eenvoudige woorden kiezen

Niet meteen met “verzuimregistratiesysteem” strooien.
Zeg gewoon: “systeem voor ziekmeldingen.”
Herformuleren helpt ook:
•            huis → woning
•            werk → baan
Kleine woorden, groot effect.

Zelfvertrouwen geven

Spreekt iemand per ongeluk “kippenval” in plaats van “kippenvel”?
Glimlach vriendelijk, moedig aan en ga verder.
Humor mag — zolang het veilig voelt voor de ander.

Geduldig blijven

Word je niet meteen begrepen?
Blijf in het Nederlands.
Zeg bijvoorbeeld:
“Ik herhaal het even, iets langzamer.”
Dat geeft ruimte om te leren.

Corrigeren met gevoel

De één vindt het fijn om verbeterd te worden, de ander niet.
Vraag het gewoon even:
“Wil je dat ik je verbeter als je iets verkeerd zegt?”
Zo blijft het veilig en duidelijk.

Interesse tonen

Vraag eens:
“Hoe zeg jij ‘koffie’ in jouw taal?”
En probeer het uit.
Grote kans dat je collega moet lachen om je uitspraak — en dat is precies de ontspannen sfeer waarin taal leren het beste lukt.

Kleine, spontane gesprekjes gebruiken

Taal leer je vooral door te doen.
Korte zinnen helpen enorm, zoals:
•            “Wil je ook koffie? Cappuccino of espresso.”
•            “Die tosti ziet er lekker uit.”
•            “Vandaag hebben we soep.”
•            “Naar welke verdieping moet jij?”
•            “Ben je klaar voor vandaag?”

Het zijn kleine momenten, maar ze bouwen aan vertrouwen, contact en plezier.
Samen maak je de werkvloer taalvriendelijk
Met aandacht, geduld en een beetje nieuwsgierigheid creëer je een omgeving waarin iedereen zich thuis voelt — in het team én in de taal.
En dat is precies waar een sterke, inclusieve werkplek begint!

Ook interessant voor jou?

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven